Je bent veertig jaar getrouwd, misschien wel vijftig. De grote stormen van het leven liggen achter je: de carrière is afgevinkt en de opvoeding is voltooid. Er is eindelijk de rust van een welverdiend pensioen.
Maar wie zijn jullie eigenlijk nog als geliefden? Waarom boomers pas na 10 jaar (of nooit) hulp zoeken….
Vaak zie ik bij zestigplussers een relatie met gelaten berusting. Je accepteert de stiltes en de kleine onhebbelijkheden, want na al die jaren van een relatief positief huwelijk, ga je nu toch niet je vuile was buitenhangen?
‘Ach, ik weet hoe zij het bedoelt’
Onder die berusting schuilt vaak een comfortabel gemak van ‘ach ik weet precies hoe hij/zij het bedoelt’ en de onhebbelijkheden worden weggewuifd. Er is geen ruzie, maar dat je bent gestopt met vragen en vooral met doorvragen. Na decennia treedt er een soort relatie ‘gemak’ op: je denkt je partner zo goed te kennen dat je reageert op de projectie die je in vijftig jaar van de ander hebt gemaakt. De nieuwsgierigheid is gedoofd en daarmee ook de echte verbinding.
De kleinkinderen en hobby’s fungeren als een buffer: ze vullen de stilte en geven een gedeelde focus. Zolang er over de kleintjes gepraat kan worden of de bridge club, hoef je de emotionele leegte tussen jullie twee niet aan te raken. De schaamte voor een ‘stil’ huwelijk wordt handig gemaskeerd door de succesvolle rol van opa en oma.
Er ontstaat oppervlakkige haast logistieke communicatie. Jullie emotionele uitwisseling en betrokkenheid, staat op een comfortabel maar ook laag pitje: “Heb je de nieuwste foto’s van de kleine al gezien?” of “Hoe laat gaan we morgen?”. Je stelt geen open vragen meer, omdat je de antwoorden (en de bijbehorende zucht) al meent te kennen. Jullie zijn een hecht team in het grootouderschap, maar zodra de kleinkinderen weg zijn, valt de verbinding wat stil. Op welke manier hebben jullie nog een liefdesverbinding?
De “nieuwsgierigheids-interventie”
Om de verbinding te herstellen, moeten we de aanname dat we alles al weten van de ander laten varen. We gaan weer met plezier en enthousiasme op onderzoek uit.
De interventie: Vervang aannames door open vragen.
De oefening: Spreek af dat je deze week elke dag één vraag aan elkaar stelt over de binnenwereld, zonder dat de (klein)kinderen of of hobby’s het onderwerp zijn.
Vraag niet: “Wat gaan we eten?”, maar: “Wat hield je vandaag het meest bezig?” en, cruciaal, vraag daarna door: “Hoe was dat voor je?” of “Vertel daar eens meer over?”
Je dwingt je brein om de ‘oude projectie’ van je partner los te laten. Door door te vragen, erken je dat de ander nog steeds een mens is die groeit en verandert, ook na vijftig jaar.
Deze blog maakt deel uit van: